28 mei

Wat voor soort dokter wil ik worden?

Bedrijfsarts Erik-Jan van Wijhe

BLOG | Tijdens vrijwel ieder coschap kreeg ik, Erik-Jan van Wijhe, de onvermijdelijke vraag wat voor soort dokter ik na mijn basisarts examen wilde worden. Daar had ik vrij duidelijke ideeën over en dat leverde vervolgens interessante discussies op met medisch specialisten (in opleiding) die dat vakgebied konden waarderen dan wel verafschuwden. De coassistenten onderling maakten elkaar gek met al hun hoogdravende carrièreplannen. In mijn groepje wilde er één huisarts worden. De rest had het plan om medisch specialist te worden. Velen ook nog het liefst in een zeer gewild vakgebied. Om de kans op een opleidingsplek te vergroten was een periode als AGNIO ervaring opdoen op een Intensive Care of bij Cardiologie een pré, zo schetsen de arts-assistenten die al in opleiding waren bij Anesthesiologie. Ik zocht werk als AGNIO en enkele maanden later lukte het mij een opleidingsplek te bemachtigen. Ik was er dolblij mee.

Dilemma

Eenmaal in opleiding kwam ik in aanraking met een diversiteit aan collega arts-assistenten, medisch specialisten en opleiders van het eigen vakgebied en van andere vakgebieden. Iedereen had zo zijn eigen verhaal hoe hij/zij in opleiding was gekomen. Er liepen ook collega-assistenten rond die hun opleiding binnenkort gingen afbreken. Daar kon ik me niets bij voorstellen. Na zoveel moeite gedaan te hebben om in opleiding te komen ging je toch niet switchen? In de loop van mijn opleiding Anesthesiologie merkte ik dat mijn opleider twijfels had aan mijn geschiktheid voor het vakgebied waarvoor ik op dat ogenblik in opleiding was.

choice-abstract-4-1237643-1280x960

Een indringend gesprek met een ervaren anesthesioloog is mij bijgebleven. Hij herkende mijn worsteling met bepaalde onderdelen van zijn vakgebied en schetste mij het volgende dilemma. Stel je zet alles op alles om de opleiding toch succesvol af te ronden. Wat voor soort leven ga je dan tegemoet? Word je een gelukkig mens als je merkt dat doortastend handelen in spoedeisende situaties je niet goed ligt? Of word je dan een bange arts die hoopt dat de ellende aan zijn dienst voorbij zal gaan? Het soort specialist dat je wilt worden, moet je ook de rest van je leven willen zijn. Wat voor soort arts wilde ik eigenlijk zijn, wat voor soort leven wilde ik eigenlijk leiden? En wat voor balans werk-privé staat een bepaald specialisme eigenlijk toe?

Zoek je heil elders

Na een periode van intensief oriënteren op vakgebieden binnen de geneeskunde die mij passend leken bij mijn interesses en bij mijn kwaliteiten had ik een lijstje gemaakt waar ik mij op wilde richten. Ik sprak een aantal opleiders van andere specialismen. Als ik kans wilde maken binnen hun vakgebied, dan had ik al jaren eerder aantoonbare interesse moeten tonen. Ik was daarnaast te oud geworden. Mijn concurrenten hadden al keuze coschap gelopen in hun vakgebied en waren nu bezig met een promotie of hadden al éém of twee jaar werkervaring als AGNIO. Doe geen moeite, maar zoek je heil elders. Confronterend, maar ook heel duidelijk.

Pathologie: het werkt niet voor mij!

Bij een minder populair specialisme (Pathologie) kon ik wel direct in opleiding komen! Ik had vooraf bedacht waarom dit vakgebied bij mij zou kunnen passen, nu kon ik dat in de praktijk gaan ervaren. Het bleek helemaal niet te werken! Ik werd er doodongelukkig van. Het stoppen met deze opleiding heb ik als een enorme opluchting ervaren. Maar nog steeds moest er wel een plan voor de lange termijn komen. Altijd maar basisarts blijven leek mij geen aantrekkelijk perspectief. Bedrijfsgeneeskunde was geen specialisme dat mij positief was bijgebleven vanuit mijn coschappen. Waarschijnlijk omdat ik er niet echt voor open stond, ik had immers een specialisme in gedachten waar ik een opleidingsplaats voor wilde bemachtigen. Maar het coschap sociale geneeskunde had ook weinig indruk op me gemaakt. Lees in mijn volgende blog verder hoe ik als basisarts opnieuw kennismaakte met de bedrijfsgeneeskunde…

Gepubliceerd op: 28 mei 2017

Deel dit artikel: