Gertjan Beens: meer preventie, minder dweilen

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Gertjan Beens is sinds 1992 bedrijfsarts. Sinds eind 2017 is hij ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Hij vertelt over zijn loopbaan en zijn bestuurlijke ambities. “Het is zinloos om geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat.”
Wanneer wist je dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Toen ik geneeskunde ging studeren, had ik een vaag beeld over ‘mensen beter maken’. Tijdens de studie vond ik veel interessant. Dat was ook nog zo bij de coschappen. Uiteindelijk was ik toch het meest gericht op gezondheidsvragen in een breder perspectief. Daar kwam ik bij mijn militaire dienstplicht achter. Ik zat bij de Luchtmacht en mijn baas was in opleiding tot bedrijfsarts. Hij gaf me de kans mee te kijken bij anderen. Toen wist ik wat ik wilde. Ik werd aangenomen in Breda, waar ik ging werken als bedrijfsarts, nog zonder opleiding. Nu zou dat ANIOS heten, maar toen werd daar niet zo op gelet. Na een jaar kon ik starten met de opleiding. Vanaf het eerste moment vond ik het vak prachtig. Het ruime blikveld sprak me erg aan. Het werk ging behalve over ziekte en gezondheid ook over communicatie, werkrelaties en bijkomende factoren. Ik keek zowel naar de patiënt als naar diens werkomgeving, kon problemen analyseren en adviseren. Verrijkend!’
Wat is het meest opmerkelijke dat je in je werk als bedrijfsarts bent tegengekomen?
‘Mijn mensbeeld is positief. Iedereen wil betekenisvol zijn en zijn best doen voor zichzelf, collega’s of bedrijf. Van de borrelpraat dat je constant belazerd wordt door mensen die een uitkering willen geloof ik helemaal niets. Al geldt ook hier: de uitzondering bevestigt de regel. Ik heb welgeteld één keer meegemaakt – in 30 jaar praktijk – dat iemand zijn complete ziektebeeld simuleerde. Deze persoon kwam zwalkend binnen, sloeg wartaal uit en liep zwalkend weer naar buiten, ondersteund door familieleden of begeleidende vrienden. De presentatie was consistent, tot diagnosestelling, doorverwijzing en voorgeschreven medicatie aan toe. Toch rook de werkgever onraad, met als bron collega’s en anonieme tips. De werkgever huurde een privédetective in, met James Bond-achtige foto-opnamen en stille achtervolging. Wat bleek? Betrokkene was over de grens bezig een eigen zaak op te bouwen. Hij werd op staande voet ontslagen. Tegelijk kan ik niet anders dan mensen blijven vertrouwen. Vertrouwen is de basis van ons werk.’
In hoeverre is jouw werk als bedrijfsarts in de loop der jaren veranderd?
‘Ik heb me altijd met begeleiding van arbeidsongeschikte mensen beziggehouden. Hierdoor kwam ik met iedereen in contact en kwam ik op allerlei plaatsen binnen bedrijven. Er was in mijn beginjaren nog echt ruimte voor preventie, we deden bijvoorbeeld ook preventief medisch onderzoek en werkplekonderzoek. Omdat ik veel hoorde en wist had ik een zeker mandaat om ook iets te vinden van algemene werkproblemen. Er was ook direct contact met leidinggevenden en eindbazen; de ideale weg om – hoe gering soms ook – invloed uit te kunnen oefenen. Toen de sociale zekerheid midden jaren negentig privatiseerde, verschoof de focus naar verzuimbestrijding. Er was minder aandacht voor preventieve maatregelen en gezondheidsbevordering. Maar ook dat is inmiddels weer gekanteld. Bij de bedrijven waarvoor ik werk – vaak wat grotere klanten die hun werkgeverschap goed willen invullen – is er wel degelijk veel aandacht voor preventie. Ik zie het als mijn uitdaging werkgever en werknemer tot keuzes en actie aan te zetten.’
In hoeverre heb je zelf richting gegeven aan jouw werk en ontwikkeling?
‘Ik heb me altijd gericht op méér dan alleen het probleem in de spreekkamer. En zoek dus ook altijd contact met mensen daarbuiten, of dat nu behandelaars, chefs of eindverantwoordelijken zijn. Het helpt dat ik de helft van mijn werkzame leven managementverantwoordelijkheid heb gedragen. Ik weet dat organisaties niet primair gericht zijn op de gezondheid van hun medewerkers. Er is een bruggetje nodig, een vertaling van organisatiebelangen naar gezondheidsbelangen en inzetbaarheid. Die strategische benadering van gezondheidsmanagement ligt me goed; ik heb hier ook een aanvullende leergang in gedaan. Daarmee blijf ik plezier houden in mijn werk en waarde leveren. Ik kan zo mijn eigen ontwikkeling voortzetten én toepassen in de werkpraktijk.’
Hoe komt iemand op het idee om voorzitter van de NVAB te worden?
‘Haha, heel simpel: niet. Toen de vacature langs kwam dacht ik: jaja, weer een schaap met vijf poten gezocht. Niets voor mij. Maar ik was wel al langer aan het nadenken over een volgende loopbaanstap. Toen ik actief benaderd werd voor het voorzitterschap vielen de puzzelstukjes samen. Ik zie het als een kans en een eer om langs bestuurlijke weg iets terug te doen voor het vakgebied waaraan ik veel te danken heb. We hebben een prachtig vak. Het belang van sociale geneeskunde – gezondheidszorg mét context, en oog op preventie – wordt alleen maar groter. Het is zinloos om eindeloos meer geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat! Vraag mensen wat ze belangrijk vinden in het leven. De kans is groot dat werk en gezondheid in de top vijf staan. Daar dagelijks over mogen adviseren is betekenisvol én belangrijk. Daarom moet dat vak uitgedragen en inhoudelijk uitgebouwd worden. Daarvoor staat de NVAB.’
Hoe wil je als voorzitter bijdragen aan de werving van bedrijfsartsen?
‘We dragen als bedrijfsartsen bij aan de gezondheid van werkende mensen, aan behoud van inzetbaarheid in werk en aan participatie in de maatschappij. Dat zijn zaken van algemeen belang. Die boodschap zal ik actief blijven uitdragen naar iedereen die interesse heeft in ons vak. Tegelijkertijd blijf ik lobbyen voor nieuwe vormen van financiering. We hebben als bedrijfsartsen te weinig financiële armslag. Het is vreemd dat voor opleiding, wetenschappelijke richtlijnontwikkeling en kwaliteitszorg geen middelen beschikbaar zijn, zoals dat bij bijvoorbeeld huisartsen en ziekenhuisspecialisten wel het geval is. Dat is op langere termijn niet houdbaar en niet terecht – juist ook omdat wij als bedrijfsartsen zaken van algemeen belang dienen.’